Column

31-03-2016 17:01

Weten wat we niet weten

“Ik word later Nijntje. Of ridder.” Mijn zoon van vier is vastbesloten. Mijn dochter van zeven weet inmiddels dat ze nooit een prinses zal worden. Wat ze wel graag wilde toen ze vier was. Haar toekomstbeelden worden wat ‘aardser’. Misschien juf. Of ballerina. Want je moet natuurlijk blijven dromen. Kinderen proberen zich van jongs af aan een voorstelling te maken van hun toekomst. Moeilijk, maar wel nodig. Voor kinderen, volwassenen, beleidsmakers en ondernemers. Een beeld hebben bij de toekomst schept een kader waarbinnen je de dromen probeert waar te maken. Volwassen economen proberen dat niet alleen voor zichzelf, maar voor de hele wereld. Een wereld waarin ook mijn kinderen volwassen worden. Voorspellen. Heel moeilijk, maar toch nuttig en nodig.

De fouten die economen maken met voorspellingen van economische ontwikkelingen zijn vaak hilarisch. Hoe hebben we de effecten van de val van Lehman-brothers op de economie toch níet kunnen zien aankomen als economen? Waarom zijn de effecten van de eurocrisis toch zó onderschat? Waarom heeft niemand voorspeld dat die olieprijs zo kon dalen? Wat een prutsers die economen! Volgens sommigen moeten economen zich daar maar helemaal niet mee bezig houden. Immers, als je zo vaak zo de fout in gaat, kan je er beter mee stoppen. Onder deze critici ook genoeg economen.  Maar achteraf verklaren en kritiek hebben is relatief makkelijk. Vooraf zeggen waar het naartoe gaat is een stuk lastiger. Toch is voorspellen een onderdeel van het werk van economen dat toegevoegde waarde heeft.

Speciaal voor de sceptici/cynici brengen we een aantal studies uit waarin we kijken naar de wereld van overmorgen. Niet omdat we de pretentie hebben te weten hoe die wereld er exact uitziet. Wél om de belangrijkste zekerheden en onzekerheden van de trends die samen de toekomst vormen op een rijtje te zetten. We onderscheiden daarbij vijf terreinen die de wereld van overmorgen beïnvloeden:
demografie, duurzaamheid, geopolitiek, innovatie en economie. En natuurlijk kunnen die nooit enkel in isolatie bekeken worden: demografische ontwikkelingen hebben effecten op bijvoorbeeld duurzaamheid en geopolitiek, maar ook op economie. En zo zijn er meer onderlinge verbanden.

Een analyse van deze trends maakt de mogelijke ontwikkelingen in de wereld wat inzichtelijker. Dat is iets anders dan overzichtelijker, want één van onze conclusies is dat de wereld niet voorspelbaarder aan het worden is. Neem nu bijvoorbeeld demografie, van oudsher toch een van de meest voorspelbare relevante grootheden voor de economische groei. Door de migratiestromen als gevolg van geopolitieke onrust wijkt het huidige beeld daarvan aanzienlijk af van vroegere verwachtingen. En geopolitiek is ook behoorlijk minder overzichtelijk: geen stabiele koude oorlog, ook geen dominantie van de VS meer.

En wat is dan onze conclusie voor bijvoorbeeld de economische groei in Nederland? Ons antwoord daarop is nu: we weten dat we dat niet weten. Het CPB publiceerde onlangs nieuwe scenario’s tot en met 2050: eentje met gemiddeld 1% groei per jaar, de andere met gemiddeld 2% groei per jaar. En dat zegt genoeg: meer dan in de periode van na 2008, wellicht iets minder dan in de decennia ervoor.

Eén voorspelling durf ik met zekerheid te doen. Als mijn zoontje zeven is, wil hij geen Nijntje meer worden. En als ik hem een advies mag geven: word dan maar data scientist of iets anders waarmee je in de toekomst je brood kan verdienen. En geen econoom, zoals zijn vader. Dat is zo 2016.

Hans Stegeman
Hoofd Speciale Projecten Rabobank

Hans Stegeman werkt sinds 2007 bij Kennis en Economisch Onderzoek (KEO) van Rabobank, eerst als senior econoom, later als hoofd van het team Nationaal Onderzoek en daarna als hoofd Internationaal Onderzoek. Sinds 1 januari is hij hoofd Speciale projecten.
De belangrijkste werkzaamheden liggen op het terrein van lange termijn trends en scenario’s, de maatschappelijke agenda van de Rabobank en duurzame economie. Zijn werkterrein is al jaren zeer breed. Naast korte termijn (inter-) nationale conjuncturele vraagstukken, overheidsfinanciën heeft hij zich de afgelopen jaren ook bezig gehouden met duurzame economie, stress tests en scenario-analyses. Zo is hij een van de auteurs van het boek IN2030: Vier vergezichten. Lezingen, publicaties, columns en perscontacten zijn de manieren waarmee hij zijn analyses deelt. Daarnaast is hij lid van het bestuur van de Koninklijke Vereniging voor Staatshuishoudkunde (KVS).
Hans studeerde Algemene Economie aan de Universiteit Maastricht en werkte hiervoor onder andere als onderzoeker bij het Centraal Planbureau.