2 weken geleden
2 weken geleden
Tijdens de opening van de elfde Week van de Circulaire Economie ontving Stichting Het Groene Brein op 19 maart Hare Majesteit Koningin Máxima en minister Stientje van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei). Centraal in het bezoek stond een treinreis van Haarlem naar Utrecht, waarin zij met wetenschappers en vertegenwoordigers uit bedrijfsleven, overheid en burgerinitiatieven in gesprek gingen over het versnellen van de circulaire economie.
In verschillende coupés stonden drie thema’s centraal: economische weerbaarheid, rechtvaardigheid en een toekomstbestendige arbeidsmarkt. Deelnemers bespraken hoe Nederland en Europa minder afhankelijk kunnen worden van grondstoffen, onder meer door gerichte keuzes in productie, refurbishment en recycling, en door actief industriebeleid.
Ook de sociale kant van de transitie kwam nadrukkelijk aan bod. De circulaire economie kan bijdragen aan een duurzamere samenleving, maar brengt ook risico’s met zich mee, zoals stijgende grondstofprijzen die kwetsbare huishoudens raken. Het voorkomen van materiaalarmoede en het meenemen van sociale effecten in beleid werd daarbij als essentieel benoemd.
Tot slot werd ingezoomd op de arbeidsmarkt. De groei van de circulaire economie vraagt om nieuwe vaardigheden en banen, bijvoorbeeld in reparatie en hergebruik. Tegelijkertijd zijn deze nog onvoldoende zichtbaar in beleid en onderwijs. Meer samenwerking en investeringen in vakmanschap zijn nodig om de transitie te ondersteunen.
Naast de treinreis bezocht het gezelschap een NS-refurbishmentcentrum in Haarlem en het Hof van Cartesius in Utrecht, waar circulair ondernemen in de praktijk werd getoond. Het bezoek werd afgesloten met een bezoek aan het Congres Circulair Ondernemen.
Met de aankomst in Utrecht kwam de treinreis ten einde, maar de inzichten vormen het vertrekpunt voor verdere samenwerking richting een toekomstbestendige economie.
In verschillende coupés stonden drie thema’s centraal: economische weerbaarheid, rechtvaardigheid en een toekomstbestendige arbeidsmarkt. Deelnemers bespraken hoe Nederland en Europa minder afhankelijk kunnen worden van grondstoffen, onder meer door gerichte keuzes in productie, refurbishment en recycling, en door actief industriebeleid.
Ook de sociale kant van de transitie kwam nadrukkelijk aan bod. De circulaire economie kan bijdragen aan een duurzamere samenleving, maar brengt ook risico’s met zich mee, zoals stijgende grondstofprijzen die kwetsbare huishoudens raken. Het voorkomen van materiaalarmoede en het meenemen van sociale effecten in beleid werd daarbij als essentieel benoemd.
Tot slot werd ingezoomd op de arbeidsmarkt. De groei van de circulaire economie vraagt om nieuwe vaardigheden en banen, bijvoorbeeld in reparatie en hergebruik. Tegelijkertijd zijn deze nog onvoldoende zichtbaar in beleid en onderwijs. Meer samenwerking en investeringen in vakmanschap zijn nodig om de transitie te ondersteunen.
Naast de treinreis bezocht het gezelschap een NS-refurbishmentcentrum in Haarlem en het Hof van Cartesius in Utrecht, waar circulair ondernemen in de praktijk werd getoond. Het bezoek werd afgesloten met een bezoek aan het Congres Circulair Ondernemen.
Met de aankomst in Utrecht kwam de treinreis ten einde, maar de inzichten vormen het vertrekpunt voor verdere samenwerking richting een toekomstbestendige economie.
Op de hoogte blijven van onze updates?



.jpg)







